1. Het is goed om de liefde na te jagen en om naar de geestelijke gaven te verlangen. Daarbij is de gave van profetie het beste om naar te verlangen, want dit is een gave die dient voor het opbouwen van elkaar.
2. Bij tongentaal praten we met God in een voor mensen onverstaanbare manier; het is zelf-stichtend. Bij de gave van profetie praten we juist met mensen, tot stichting, vermaning en vertroosting.
3. Paulus zou willen dat we allemaal in tongen zouden kunnen spreken, maar toch heeft hij liever dat we kunnen profeteren. Hij die profeteert is groter dan hij die in tongentaal kan spreken, behalve als die taal geïnterpreteerd kan worden.
4. Omdat tongentaal anders geen nut heeft voor het collectief, spreekt Paulus in de kerk liever vijf woorden die opbouwend zijn, dan een heleboel tongentaal. Hij spoort ons aan om te verlangen naar gaven die nuttig zijn voor de kerk.
5. “Die in een vreemde taal spreekt, die bidde, dat hij het moge uitleggen.” Als we bidden en spreken in tongentaal hebben we er met ons verstand niets aan. Onze geest bidt en spreekt wel, maar ons verstand niet.
6. Daarom is het belangrijk om beide met onze geest en met ons verstand te bidden, te spreken, te zingen en dank te zeggen. Anders zorgen we alleen voor onze eigen stichting, maar niet voor de stichting van een ander.

Dit is geen vervanging voor de bijbel! Lees de bijbel! Het is het Woord van God!