1. De mensen in Korinthe gedroegen zich bijna als koningen. Ja, zegt Paulus, ik zou willen dat jullie al regeerden, want dan zouden wij samen met jullie regeren! Hij denkt wel eens dat apostelen de laagste plaats zijn aangewezen door God; als het ware ten dode opgeschreven. Ze zijn namelijk een schouwspel geworden voor de wereld, voor engelen en mensen.
2. Omdat de Korinthiërs zo’n hoge pet van zichzelf op hadden, zegt Paulus met sarcasme: “Wij zijn maar domme mensen om Christus’ wil, maar jullie zijn oh zo wijs! Wij zijn maar zwak, maar jullie zijn zo sterk. Jullie zijn hoog in aanzien, maar op ons wordt neergekeken.”
3. Zelfs terwijl Paulus en Sosthenes deze brief schreven hadden ze honger en dorst en waren ze slecht gekleed. Ze kregen slagen en ze waren zwervers. Ze verrichten zware handarbeid en ze verdroegen vervolging. Worden ze uitgescholden, dan zegenen ze. Worden ze belachelijk gemaakt, dan blijven ze vriendelijk. Evangelisten zijn tot op de dag van vandaag het onderkruipsel van de wereld.
4. Nadat hij ze kennis heeft laten maken met deze harde realiteit, maakt hij wel duidelijk dat hij deze dingen niet zegt om hun zich te laten schamen, maar om hun te waarschuwen.
5. Al hadden ze 10000 onderwijzers in Christus, zoveel vaders hebben ze niet. Paulus ziet zichzelf als een liefhebbende vader van de gemeenten die hij tot Christus heeft gebracht door het Evangelie te verkondigen.
6. Hij spoort hun aan om zijn voorbeeld te volgen. Het is dus goed om niet hoog als koningen te leven (leven om gediend te worden), maar om als onderdanige mensen te leven (leven om te dienen). Zelfs als dat betekent dat alle dingen van punt 3 ons kunnen overkomen.
7. Om hun te leren in zijn voetsporen te lopen (in Christus) heeft hij Timoteüs gestuurd. Hij is, zoals we weten uit andere brieven van Paulus, een jongen die trouw is aan de Here en die vaak naar probleemgemeenten wordt gestuurd.
8. Sommigen onder de Korinthiërs dachten in hun hoogmoedigheid dat Paulus bang van ze geworden was en dat hij niet naar ze zou komen. Paulus maakt duidelijk dat dit niet zo was en dat, als de Here het toelaat, hij spoedig naar ze toe zou komen.
9. Hij zou komen, niet om de woorden, maar de kracht van de mensen die hoogmoedig zijn te beoordelen. Want het Koninkrijk van God bestaat niet uit woorden, maar uit kracht.
10. Het is aan de Korinthiërs: “Wat wilt gij? Moet ik met de roede tot u komen, of met liefde en in een geest van zachtmoedigheid?”

Dit is geen vervanging voor de bijbel! Lees de bijbel! Het is het Woord van God!