1. Paulus kan een apostel van Jezus genoemd worden omdat hij Hem gezien heeft en omdat hij door Jezus persoonlijk de opdracht heeft gekregen om het Evangelie te verkondigen. Als hij dan al geen apostel voor anderen was, was hij het in ieder geval wel voor de mensen in Korinthe, want hij heeft bij hen het Evangelie verkondigd en zo de spirituele zaadjes gezaaid.
2. Hij legt zijn rechten als apostel in het eerste deel van dit hoofdstuk voor: apostelen hebben het recht om gevoed te worden en te drinken gegeven te worden, om een zuster als vrouw mee te nemen, om te leven van hun professie, namelijk apostelschap, en om dus materiële dingen te krijgen als vergoeding voor de kennis van spirituele dingen, die de apostel gegeven heeft.
3. Paulus maakt hierbij enkele vergelijkingen. De eerste is van een soldaat in het leger. Een soldaat hoeft niet ook nog eens te werken om te kunnen eten, want daar wordt voor gezorgd. Of wie plant een wijngaard maar eet er niet van? Of wie houdt koeien maar geniet niet van de melk?
4. Ook de wet heeft iets te zeggen over deze dingen. Er staat namelijk geschreven: “Gij zult een dorsende os niet muilbanden” Paulus zegt dat dit niet over ossen gaat, maar het gaat volgens hem om de mensen die geestelijk zaaien en die dan ook het materiële mogen oogsten. God heeft het dus zo ontworpen dat verkondigers van het evangelie ook van het evangelie mogen leven.

Commentaar: Er zijn een aantal groepen die ervan overtuigd zijn dat evangelisten geen geld of voedsel mogen aannemen. Ze nemen vaak Paulus als voorbeeld, omdat hij naast zijn werk als prediker ook nog zware handarbeid verrichtte om daarvan van te kunnen leven. In dit hoofdstuk gaat Paulus echter recht tegen deze mensen in. Het is evangelisten goed recht om het materiële te oogsten van het spirituele wat zij gezaaid hebben!

Dit is geen vervanging voor de bijbel! Lees de bijbel! Het is het Woord van God!