1. Dit is een brief van Petrus, een apostel van Jezus Christus, aan de christenen, die verspreid waren in Pontus, Galatië, Kappadocië, Azië en Bithynië. Het interessant om te zien dat hij ze aanduid als pelgrims. Wij als herboren christenen horen namelijk niet in deze tijdelijke wereld thuis, maar we horen thuis in de Hemel.
2. Wij zijn niet door stom geluk christenen geworden. De weg van iedere mens is van tevoren bij God bekend. Het is volgens zijn genade en wil dat wij uitverkoren zijn om door de barmhartigheid van Jezus tot zijn volk te kunnen behoren, en om in Hem onze levende hoop te kunnen vinden.
3. Als wij Jezus volgen en in Hem en Zijn opstanding geloven, hebben wij recht op een onverderfelijke, onbevlekkelijke en onverwelkelijke erfenis, die in de Hemel is. Het is een toekomst welke geopenbaard zal worden in de laatste dagen, waarop we ons kunnen verheugen als we ons aan deze hoop vasthouden.
4. Ondanks dat we hier blij over mogen zijn, zullen we ook soms bedroefd zijn als we beproefd worden door allerlei verzoekingen. Dit is normaal, en deze beproevingen zullen beproeven of ons geloof echt is, kostbaarder dan goud, welk door vuur beproefd wordt maar toch vergaat. Opdat het tot lof, eerlijkheid en eer zal blijken op de dag dat Jezus komt.
5. Omdat we Jezus liefhebben en in Hem geloven, ondanks dat we Hem niet gezien hebben, en ons over Zijn terugkomst verheugen met een onbeschrijfbare en heerlijke vreugde, zullen wij ook het einde van ons geloof krijgen. Namelijk de redding van onze zielen.
6. Naar deze redding hebben de profeten, die geprofeteerd hebben dat deze redding ons toe zou komen, ondervraagd en gezocht, zoekende naar hoe en wanneer dit gebeuren zou volgens de Geest van Christus die in hun was, en die hun het lijden van Christus en de glorie die komen zou, bekend maakte.
7. Hun was duidelijk, en ons nu ook, dat zij niet voor zichzelf profeteerden, maar voor de generaties die na hun zouden komen. Deze dingen zijn ons nu bekend gemaakt door hen die het Evangelie gepredikt hebben door de Heilige Geest. Onderwerpen als onze redding en het einde van tijden zijn overigens dingen waar de engelen naar verlangen om meer over te weten.
8. We moeten onszelf gereed maken en sober zijn, en volkomen vertrouwen op de genade die ons toekomt bij de terugkomst van Jezus. We moeten ons dus niet overgeven aan de begeertes die vroeger onze levens overheersten. We moeten heilig zijn in onze wandel, net als Hij die ons geroepen heeft. De Hemelse Vader beoordeelt namelijk de daden van iedereen.
9. We zijn niet door zilver of goud verlost uit onze nutteloze wandeling, maar door het geliefde bloed van Christus. Zijn bloed is als het bloed van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam. Hij was hiervoor bestemd, nog voor de grondlegging van de wereld. Maar nu pas bekendgemaakt in deze laatste dagen, voor ons die door Hem in God geloven.
10. God heeft Jezus uit de dood doen opstaan en Hem glorie gegeven, opdat ons geloof en onze hoop op God zouden stellen.
11. We moeten onze zielen reinigen in gehoorzaamheid aan de waarheid, door de Geest, tot oprechte broederlijke liefde. We moeten elkaar dus vurig liefhebben uit een rein hart. We zijn herboren door God, en door Zijn Woord, welk voor eeuwig zal blijven bestaan en blijven leven.
12. Het vlees vergaat als gras en de glorie van de mens verwelkt als een bloem, maar het Woord van God zal alles doorstaan. Dit is het Woord dat onder ons verkondigd is.

Dit is geen vervanging voor de bijbel! Lees de bijbel! Het is het Woord van God!