1. We worden geroepen om alle kwaadheid, bedrog, onoprechtheid, nijdigheid, en roddels af te leggen. We moeten als baby’s de onvervalste melk begeren, welke het Woord van God is. Door deze kunnen wij volwassen worden in zaligheid wanneer wij proeven dat de Here genadig is.
2. Jezus is als een levende hoeksteen. Hij is wel door de mensen verworpen (gekruisigd), maar wij, als levende stenen, kunnen ons laten gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis bovenop deze hoeksteen, om een heilige gemeente te vormen. Tot het brengen van geestelijke offers, die fijn zijn voor God.
3. Wanneer wij geloven in Jezus en Hem gehoorzamen zullen wij zeker niet teleurgesteld worden, want dan zijn wij dierbaar in de ogen van God. Maar de ongehoorzame is als een aanstotelijke steen, die verworpen is door de bouwlieden. Die is als een rots van ergernis.
4. Wij zijn een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, en een verkregen volk in de ogen van God. Daarom moeten wij de daden van onze Here verkondigen. Van hoe wij vroeger niet tot het volk van God behoorden, maar nu wel. Waarover God zich eerst niet ontfermde, maar nu wel.
5. We moeten ons niet over geven aan de lusten van ons vlees, want deze vechten met de ziel. We moeten onze wandel oprecht houden onder de ongelovigen, zodat zij geen kwaad van ons kunnen spreken als kwaaddoeners, behalve als het leugens zijn over de goede werken die we doen.
6. We moeten aan de menselijke rangschikking onderdanig zijn, omdat dit de wil is van de Here. Dit kon in de tijd van de bijbel bijvoorbeeld de koning zijn als deze de opperste macht had, of een ambtenaar als deze door de koning gezonden was. Dit geldt in onze tijd natuurlijk ook.
7. Ook is het de wil van God dat we in liefdadigheid de onwetendheid van dwaze mensen de mond stoppen. Niet in boosheid, maar als vrije mensen en dienstknechten van God. We moeten elkaar eren en de echte christenen liefhebben. We moeten God vrezen en de koning eren.
8. Knechten moeten hun bazen gehoorzaam zijn. Niet alleen de goede en bescheiden, maar ook de lastige. Een gelovige mag blij zijn als hij ten onrechte een slechte behandeling moet ondergaan, omdat hij voor God een zuiver geweten wil houden.
9. Als iemand voor zijn slechte daden moet leiden, is dat natuurlijk geen verdienste. Maar als iemand goeddoet en het onrecht verdraagt dat hem wordt aangedaan, zal hij de genade van God ervaren. Want tot dit lijden zijn wij geroepen, om het voorbeeld van Jezus na te leven.
10. Jezus heeft geen zonde gedaan, heeft geen vals woord gesproken, heeft niet terug gescholden als Hij uitgescholden werd, en heeft niet gedreigd toen Hij moest lijden. Hij gaf alles over aan God, Die rechtvaardig oordeelt. Hij heeft onze zonden in Zijn lichaam gedragen aan het kruis, opdat wij niet meer in de zonde, maar in gerechtigheid zouden leven.
11. Door het lijden van Jezus zijn wij genezen. Wij waren eerst als dwalende schapen, maar nu zijn wij bekeerd tot de Herder en Opziener van onze zielen.

Dit is geen vervanging voor de bijbel! Lees de bijbel! Het is het Woord van God!