1. Dit is een brief van Paulus en Timotheüs, in gevangenschap, aan de medearbeiders Filémon en Archippus, en aan de geliefde Appia. Paulus dankt God voor hen in grote vreugde, gehoord hebbende van hun liefde en geloof tegenover Jezus en de heiligen. Opdat door hun geloof al het goede geopenbaard zal worden, welke Jezus Christus is.
2. Paulus heeft het recht om anderen te bevelen, maar in dit geval doet hij dit niet. Hij smeekt liever in de liefde, en hij smeekt Filémon en de anderen om voor Onesimus te zorgen. Onesimus was vroeger niet zo nuttig, maar was dat nu wel. Daarom heeft Paulus hem naar Filémon gestuurd om hen te helpen als een geliefde broeder. Paulus gaat zelfs zo ver om te zeggen dat als Onesimus onrechtvaardig zou zijn of schulden zou maken, Filémon het Paulus toe zou moeten rekenen.
3. Het doet Paulus goed om te weten dat hij er op kan vertrouwen dat Filémon gehoorzamen zal, en zelfs nog meer zal doen bovenop wat hij hem geschreven heeft. Ook vraagt Paulus of Filémon onderdak voor hem wil voorbereiden. Hij hoopt namelijk dat hij zelf naar hun toe kan komen.

Dit is geen vervanging voor de bijbel! Lees de bijbel! Het is het Woord van God!