1. Veertien jaar later ging Paulus samen met Barnabas en Titus opnieuw naar Jeruzalem, omdat hem duidelijk gemaakt was dat hij hiernaartoe moest in een openbaring. Hier predikte hij het Evangelie ook, met name aan de mensen die hoog in aanzien waren.
2. Titus, die geen Jood was maar een Griek, werd niet gedwongen om besneden te worden. Dit onderwerp zou niet eens opgebracht geweest zijn als er niet enkele valse christenen op aandrongen dat dit wel moest gebeuren.
3. Zij waren binnengedrongen om onze vrijheid in Jezus te bespieden en om mensen weg van Zijn genade te leiden, om ze terug in slavernij te brengen onder de wet. Paulus en de broeders gaven echter geen gehoor aan hen, opdat de waarheid bij de gemeente zou blijven.
4. De mensen die (vroeger, want God erkent geen status) in hoog aanzien waren hadden niks aan te merken op het Evangelie van Paulus. Sterker nog, toen ze zagen dat God de taak van het prediken onder de heidenen aan Paulus toevertrouwd had, boden Jakobus, Petrus en Johannes aan om kameraden te worden.
5. Zij zagen dat het Dezelfde was die Paulus genade en kracht gaf om onder de heidenen te prediken als Hem die Petrus kracht gaf om onder de Joden te prediken. Zo gingen de broeders uiteen: Jakobus, Petrus en Johannes naar de Joden, Paulus en Barnabas naar de Heidenen.
6. Het werd hen wel op het hart gedrukt om aan de armen te blijven denken, en dat deden ze ook.

Dit is geen vervanging voor de bijbel! Lees de bijbel! Het is het Woord van God!