Vergeet niet eerst deel 1 van dit hoofdstuk te lezen!

1. Een vergelijking uit het dagelijks leven: Als iemand een overeenkomst aangaat met iemand anders en als deze van kracht gaat, kan niemand het ongedaan maken of er iets aan toevoegen.
2. In dit geval werden aan Abraham en zijn zaad (niet aan zijn zaden, maar zijn zaad) de beloften gedaan. Zijn zaad is Christus. De wet die vierhonderddertig jaar later kwam, kan deze belofte van God niet ongedaan maken.
3. Als de erfenis van de wet zou afhangen, zou het niet van een belofte afhangen. Maar God heeft het juist aan Abraham gegeven door Zijn belofte.
4. De wet was gegeven vanwege de overtredingen en om deze aan het licht te brengen, totdat het zaad zou komen aan wie de belofte gemaakt was. En de wet was gegeven door engelen op last van God aan een bemiddelaar.
5. Een bemiddelaar is alleen nodig als er afspraken gemaakt worden tussen twee (of meer) personen, maar bij de belofte van God aan Abraham was er geen bemiddelaar aanwezig. Het was een belofte van God en een belofte van Hem alleen.
6. Dit betekent niet dat de wet tegen de beloften van God ingaat, want als er een wet gegeven was die leven kon geven zou de rechtvaardigheid uit de wet zijn.
7. De wet maakt dat we allemaal gevangenen zijn van zonde (zonde is immers het overtreden van de wet), opdat ieder die gelooft deel uit zou maken van de belofte, door het geloof in Jezus Christus.
8. Voordat het geloof kwam, werden we in zekere zin bewaakt door de wet. Het ultieme doel van de wet was het laten zien van het karakter van God en om ons voor te bereiden op het geloof welk komen zou; om ons naar Christus te leiden.
9. Nu is het geloof gekomen, en zijn we niet meer onder een leraar (de wet), maar onder de genade van God.
10. Iedereen die gedoopt is in Christus, heeft zich bekleed met Christus. Er is daarbij dus geen sprake meer van Jood of Griek, slaaf of vrije, mannelijk of vrouwelijk, want we zijn allemaal één in Christus Jezus. En als we van Christus zijn, dan zijn we het zaad van Abraham en dus erfgenamen van de belofte.

Commentaar: Ik vind het persoonlijk enorm intrigerend dat er niet duidelijk gemaakt wordt wie Paulus bedoelt met het woordje bemiddelaar (punt 4 en 5). Na enige studie van de bevindingen van mensen met kennis van de grondtekst blijkt dat het in deze context niet belangrijk is wie die bemiddelaar is. Er waren meerdere bemiddelaars in het oude verbond (Mozes, priesters, profeten, enz.) en er is maar één bemiddelaar in het nieuwe verbond (Jezus Christus). Het gaat echter om het feit dat er een bemiddelaar nodig is tussen God en de mesen wat de wet en zonde betreft, maar er is geen bemiddelaar nodig voor de beloftes van God. Het is eenrichtingsverkeer van God naar ons. Ongeacht de omstandigheden, de belofte van God staat er. Wat is deze belofte? Een hemels vaderland door God zelf ontworpen. Het Koninkrijk van God, waarvan wij mede-erfgenamen zijn door geloof in Jezus! Oh, wat een heerlijk vooruitzicht!

Dit is geen vervanging voor de bijbel! Lees de bijbel! Het is het Woord van God!