1. Een erfgenaam is terwijl hij nog een kind is niet anders dan een dienaar, zelfs als hij de eigenaar is van alles. Een kind is namelijk onder onderwijzers en verzorgers tot aan de tijd die de vader van tevoren bepaald heeft.
2. Zo was het ook met ons. Wij waren eerst kinderen onder de wet en onder de dingen die aan het begin van de wereld gesteld waren. Maar nu is de tijd gekomen dat God Zijn Zoon gezonden heeft, geboren uit een vrouw, onder de wet.
3. Dit alles moest gebeuren om ons te verlossen van de wet, waaronder wij destijds waren, en zodat we door het geloof in Hem kinderen van God kunnen worden.
4. Omdat we kinderen van God geworden zijn heeft God de Geest van Zijn Zoon in onze harten gezonden, Die roept: Abba, Vader! Zo zijn we dan geen dienstknecht meer, maar een zoon. En als we een zoon zijn, zijn we ook een erfgenaam van God door Christus.
5. De Galaten hebben vroeger afgoden gediend, maar omdat Paulus bij hen kwam met het Evangelie hebben ze God gekend en waren ze ook bekend bij God. Nu waren ze echter weer bezig om van het goede pad af te gaan, met het idee dat de wet hun kon redden. Ze waren eerst vrij, maar nu verlangden ze om slaven te zijn!
6. Ze vertrouwden weer in hun werken, de feestdagen, de sabbat, enzovoort. (Geen van deze dingen kunnen ons heilig maken! Geen van deze dingen kunnen ons leven geven! Jezus geeft leven, en Hij is de enige Weg naar het leven!)
7. Paulus had hard gewerkt om deze gemeente op het juiste pad te krijgen, maar nu was hij bang dat dit alles voor niets geweest was. Daarom zegt hij: ‘Ik spoor jullie aan om te worden zoals ik nu ben, want ik was vroeger net als jullie.’
8. Dit zegt hij niet omdat hij perfect is, of omdat ze hem verontwaardigd hebben. Hij zegt dit omdat Paulus vroeger ook naar de wet keek voor zijn redding, terwijl hij nu volledig vertrouwt in Jezus.

Dit is geen vervanging voor de bijbel! Lees de bijbel! Het is het Woord van God!