1. De wet was een schaduw van de toekomende dingen, en het had zelf niet de substantie van het heerlijke wat komen zou. De offers die ze alle jaren offerden kunnen nooit mensen heiligen, want anders zouden ze opgehouden zijn met offeren.
2. Het bloed van de stieren en bokken kan geen zonden wegnemen, en daarom is Jezus in de wereld gekomen. De brandoffers en de offers voor de zonde behaagden God niet. In het begin van het oude testament heeft Jezus gesproken dat Hij zou komen om de wil van God te doen. Om het eerste weg te nemen en om het tweede op te stellen.
3. Door het eenmalige offer van Jezus zijn lichaam zijn wij in eeuwigheid geheiligd en volmaakt. Nu zit Hij aan de rechterhand van God, wachtend tot Zijn vijanden hem gesteld worden tot een voetenbank voor zijn voeten.
4. God heeft zijn wetten in onze harten en gedachten geschreven, en Hij zal onze zonden en ongerechtigheden niet meer gedenken. Er is dus vergeving voor onze zonden, en offers zijn niet meer nodig.
5. Wij mogen door het bloed van Jezus vrijmoedig het heiligdom ingaan. We hebben een nieuwe en levende weg door Zijn vlees. Laat ons dan ingaan in volledig geloof, onze harten gereinigd van een slecht geweten, onze lichamen gewassen met rein water.
6. We moeten blijven vasthouden aan wat God ons heeft beloofd, en andere mensen erover vertellen. Omdat God zich aan Zijn woord houdt, zullen wij krijgen wat wij van hem verwachten.
7. We moeten op elkaar letten en elkaar opscherpen in de liefde en goede werken. We moeten dus nog steeds bij elkaar komen om elkaar te onderwijzen en verbeteren, en dit des te meer omdat de dag waarop Jezus terug komt nadert.
8. Als iemand blijft zondigen terwijl hij de kennis van de waarheid heeft gekregen, is er geen offer meer over om zijn zonden weg te doen, maar een verschrikkelijke verwachting van het oordeel, en de hitte van het vuur, welk de tegenstanders verslinden zal.
9. De christenen waarnaar de auteur schrijft hadden enorm geleden nadat zij hun geloof in Jezus openbaar maakten. Hij zegt: als jullie weer moeten lijden, houd dan vast aan het feit dat jullie dit al doorstaan hebben voor God!
10. Als we geloven is er geen plaats voor angst. Alles wat we doorstaan is het waard, want we zullen snel krijgen wat God ons beloofd heeft. We moeten de voetsporen van diegenen die uit geloof leefden volgen.
11. We ZULLEN verdragen, we ZULLEN verdergaan, en we ZULLEN krijgen wat ons beloofd is!

Dit is geen vervanging voor de bijbel! Lees de bijbel! Het is het Woord van God!