1. Hogepriesters waren er voor de zaken die met God te maken hadden, en om offers te doen voor de zonden van het volk. Alleen een mens kon deze taak vervullen, want die heeft de zelfde zwakheden en onwetendheid als de rest van ons. Hij moest dus niet alleen voor het volk, maar ook voor zichzelf offers brengen.
2. God heeft Jezus gegeven om onze eeuwige Hogepriester te zijn. Toen Hij in het vlees bij ons op aarde rond liep heeft Hij alle zwakheden van de mens ervaren. Hij heeft tranen, gebeden en smekingen geofferd aan God, Zijn Vader, Die Hem kon redden van de dood. Maar al was Hij de Zoon van God, Hij heeft moeten leren om gehoorzaam te zijn aan het lijden.
3. Door het perfecte leven te lijden, en door in alles te gehoorzamen aan God, door voor onze zonden te sterven, door weer tot leven te komen, door alles wat Hij gedaan heeft, en doet, en zal doen, is Jezus de auteur geworden van het eeuwige leven voor iedereen die Hem gehoorzaamt.
4. De schrijver van deze brief maakt duidelijk dat de ontvangers ervan, de Hebreeën, onderwijzers van God zouden moeten zijn maar deze taak niet kunnen vervullen. Het is namelijk weer nodig om hen de basisprincipes van waarheid van God te leren. Zij zijn als baby’s die melk nodig hebben, en nog niet klaar zijn voor vast eten. Een baby, in tegenstelling tot een volwassene, is namelijk onervaren, ongeleerd, en kan nog geen onderscheid maken tussen goed en kwaad.

Dit is geen vervanging voor de bijbel! Lees de bijbel! Het is het Woord van God!