1. Dit is een brief van Jakobus, de half-broer maar voornamelijk een dienaar van Jezus, aan de twaalf Joodse stammen. Deze brief is waarschijnlijk geschreven voordat het Evangelie aan de niet-Joden gepredikt was.
2. We moeten het als een grote vreugde aanschouwen als we in allerlei verzoekingen vallen. Beproevingen van ons geloof zorgen namelijk voor groei in geduld en doorzettingsvermogen, en dit zijn eigenschappen die mensen die perfect en compleet zijn hebben.
3. Als we gebrekkig zijn aan wijsheid, moeten we hiervoor vragen aan God. Hij zal ieder die vraagt geven. We moeten het wel aan Hem vragen met vertrouwen dat Hij het zal geven, want ieder die twijfelt is onstabiel, dubbelhartig, en kan bij wijze van spreken zo heen en weer genomen worden door de wind. Zo’n persoon hoeft niets te verwachten.
4. De onaanzienlijke kan trots en blij zijn als hij tot verhoging gebracht wordt. Op deze manier kan de rijke ook trots en blij zijn als hij tot vernedering gebracht wordt, want de rijken die hun roem en trots in hun status of rijkdommen leggen zullen met hun rijkdommen vergaan als de bloemen in het veld.
5. De mens die verzoeking verdraagt is zalig, want als hij beproefd geweest zal zijn, zal hij de kroon van het leven ontvangen. Deze kroon heeft de Here beloofd aan ieder die Hem liefheeft.
6. We kunnen niet van God verzocht worden, want het kwade komt niet van God vandaan. Hij kan niet verzocht worden en Hij verzoekt niemand. Ieder die wordt verzocht, word door zijn begeerlijkheden meegesleurd en verlokt.
7. Als er wordt toegegeven aan de verzoeking, leidt dit tot zonde, en zonde waar geen berouw over is en niet van wordt bekeerd lijd tot de dood. Laten we dus niet dwalen.
8. Alle goede en volmaakte gaven zijn van God afkomstig. Hij is constant, en bij Hem is er geen verandering. Hij heeft ons geschapen naar het Woord van de waarheid.
9. We moeten goed luisteren, we moeten traag zijn om te spreken en we moeten niet snel boos worden, want de boosheid van de mens leidt niet tot de rechtvaardigheid van God. We moeten daarom alle grof taalgebruik en de overvloedige woede afleggen, want dan kunnen we het zaligmakende Woord ontvangen.
10. We moeten niet alleen hoorders zijn van het Woord, maar vooral ook doeners. Iemand die het Woord van God wel hoort maar er niets mee doet is als iemand die in de spiegel heeft gekeken, en daarna meteen is vergeten hoe hij er uit ziet.
11. We moeten dus het Woord van God studeren, en ook doen wat Hij zegt. Ieder die dit doet zal gezegend worden in wat hij doet. Ieder die dit niet doet kan wel denken dat hij goed religieus bezig is, maar wat hij doet is nutteloos.
12. De echte godsdienst voor God uit zich in simpele en bescheiden manieren, zoals wezen en weduwen bezoeken. Iemand die met God wandelt behoort zich ook onbesmet te houden van de begeertes van deze wereld.

Dit is geen vervanging voor de bijbel! Lees de bijbel! Het is het Woord van God!