1. We moeten niet denken dat we allemaal leraren zijn, want een leraar wordt strenger beoordeeld omdat zijn verantwoording groter is. Als er echter iemand zijn tong in bedwang kan houden, en het goede kan spreken, diegene is een volmaakt man.
2. De tong heeft veel kracht, ook al is het een klein onderdeel van ons lichaam. Het heeft de kracht om goede dingen te zeggen en om daarmee mensen op te kunnen bouwen, maar het heeft ook de kracht om verderfelijke dingen te zeggen en daarmee onszelf en anderen te besmetten met kwaad.
3. Ook al heeft de mens elk dier op aarde weten te temmen, de tong is niet te temmen door mensen. Het is een ontembaar kwaad, vol van dodelijk gif. Met onze monden kunnen we God loven, en met diezelfde monden kunnen mensen vervloeken.
4. We moeten dit echter niet zo laten zijn. Er komt geen zoet én zout water uit dezelfde fontein, en een vijgenboom kan geen olijven dragen, en ook niet andersom. Als er dus iemand wijs en verstandig is, zal dit blijken uit hetgeen wat uit zijn mond komt en uit zijn goede werken met zachtmoedigheid.
5. Als er iemand bitterheid, jaloezie en twist in zijn hart heeft, kan diegene niet roemen, want dan zou hij liegen tegenover te waarheid. Al deze dingen lijken namelijk niet op de wijsheid van God. Deze dingen zijn aards en duivels, en waar deze dingen te vinden zijn zit meer van hetzelfde soort kwaad.
6. De wijsheid die van God komt is zuiver, vreedzaam, bescheiden, vol van barmhartigheid en van goede vruchten, niet partijdig, oprecht, en komt overeen met het Woord van God. Vredestichters zaaien vrede en zij oogsten goedheid en rechtvaardigheid.

Dit is geen vervanging voor de bijbel! Lees de bijbel! Het is het Woord van God!