Deze psalm leert mij hoe David in het leven stond, en hoe wij dus ook in het leven zouden moeten staan. Hier zijn de leerpunten die ik uit de tekst kan halen:

1. David was zeker van zijn onschuld en reinheid. We weten echter dat hij ook gezondigd had, dus hoe kan hij daar nou zo zeker van zijn? Het antwoord is dezelfde reden als waarom wij zeker kunnen zijn van onze onschuld. De genade van God. Als we in God (en dus in Christus) vertrouwen, zijn onze zonden ons vergeven. Ik en mijn zonden zijn even ver van elkaar verwijderd als het noorden en het zuiden. Niet door wat ik gedaan heb, maar door wat Jezus gedaan heeft.

2. David was er ook zeker van dat God hem zou redden omdat hij rechtvaardig was. Hij stond op een vlakke plaats, namelijk het geloof. Zolang hij daar stond was hij veilig. Zolang hij daar stond zou hij niet wankelen, dat is, hij zou niet wegvallen van de genade van God. Nogmaals, we weten dat David gezondigd had, maar hij bekeerde zich van zijn misdaden en vroeg om vergeving bij God. Zo mogen wij ook zeker zijn dat God ons zal redden en helpen als we om hulp vragen. Als wij ons maar aan het geloof vasthouden.

3. De opstelling van David tegenover “valsaards” en “huichelaars”. Hij heeft duidelijk een afkeer van zonde en mensen die in zonde leven. Hij schrijft: ‘ik haat het gezelschap der boosdoeners, en bij de goddelozen zit ik niet neer.’ Dit vind ik een moeilijk stukje. Aan de ene kant moeten we vol van liefde en genade zijn voor de wereld, en aan de andere kant is het juist goed om ons niet te mengen met de goddelozen. Ik denk dat de juiste manier om hiernaar te kijken is: naar wie kijken wij op, en met wie willen wij onze tijd besteden? Ik denk dat het natuurlijk komt als we in de Geest wandelen dat we doorkrijgen dat we gewoonweg niet bij de wereld passen. We krijgen een hekel aan alles wat overduidelijk niet van God is, zoals dronkenschap, agressiviteit, egoïsme, sensualisme, enzovoort. We moeten ons niet laten beïnvloeden door bijvoorbeeld de beroemdheden of zelfs de fictieve beroemdheden van de wereld, omdat hun levenswijze vaak niet overeen komt met de manier van leven zoals God het bedoeld heeft.

4. David had een enorme liefde voor God en de rechtvaardigheid. Als ik u nu vraag of u van Jezus houdt, zal uw antwoord ongetwijfeld instemmend zijn. Maar houdt u ook zoveel van Zijn geboden? Kunt u vol overtuiging zeggen: ‘Toets mij, Here, en beproef mij, keur mijn nieren en mijn hart.’ en bent u bereid om aan de verbeterpunten die naar boven komen te werken? We hoeven geen genoegen te nemen met “Ik ben ook maar een mens”. Ja, we zijn wel zondige mensen, maar we hebben de Geest van God tot onze beschikking! Zolang Jezus nog niet teruggekomen is zullen we niet van de zonde af zijn, maar we moeten wel ons best doen! We zullen in de race van ons leven struikelen, maar God zal ons overeind helpen om weer door te gaan!

Dit is geen vervanging voor de bijbel! Lees de bijbel! Het is het Woord van God!